Elk nadeel…

Nu hadden we vandaag wel een extreem lui dagje met uitsluitend hangmat- en zwembadmomenten…. maar… in principe ben ik in training bij mezelf.
Ik klim. Ik leer mezelf op onmogelijk kleine randjes en vlekjes op rots te durven staan. En dan niet stiekem heel hard en net zo onmogelijk kleine nagelrandjes te trekken.
Dat kan namelijk. De lokale klimmers kunnen dat. 70 jarige oude mannetjes draaien hun hand er niet voor om.
Wij Hollandse binnenklimmers kunnen daar nog veel van leren…

Ik leer mezelf om niet bang te zijn om te vallen maar gewoon door te klimmen. Of – wat op hetzelfde neerkomt maar heel anders voelt – net zo ver door te klimmen dat teruggaan of afspringen geen optie meer is.

Zo klom ik gisteren vrij vlot een bijna loodrechte, ietwat liggende plaat op. “Plaat” is jargon voor zo ongeveer niks om op te staan of je aan vast te houden. Kwestie van balans en op je poten durven staan, dus. Of – beter gezegd – op de nagels van je tenen op millimeterdikke randjes….

Toen ik op een meter of twee stond begonnen de alarmbellen af te gaan in mijn hoofd. Ik durfde niet meer. Maar ik durfde ook niet terug.

Dus deed ik dat laatste spannende pasje en toen stond ik op het blok. Een 6a on sight. Wat jargon is voor “een best heel moeilijk rotsblok in één keer klimmen zonder enige voorkennis van hoe dat zou moeten”.

Mijn angst om te vallen is maar een klein beetje reëel. Ik klim met een “crashpad”: een soort opvouwbare valmat die je val dempt. Bovendien ben ik een ervaren klimster en mijn vallen zijn gecontroleerd.

Toch besef ik maar al te goed dat ik dat bos niet uitkom met kleuter als ik mijn enkel breek. Dus ja ik ben voorzichtig. Maar wel iets veel te bang.

En daarom klom ik die 6a.

Elk nadeel heb zijn voordeel….

Over mariimma

Alleenstaande moeder en ZZP-er die stukje bij beetje steeds meer financiële vrijheid ervaart.
Dit bericht werd geplaatst in klimmen, vakantie. Bookmark de permalink .