Het witte goud

Van mijn 14e tot mijn 18e woonde ik middenin de Peel. een plek met voldoende mogelijkheden om bij te verdienen in de directe omgeving.
Ik heb meer sla en kolen geplant dan dat ik ooit zal kunnen eten en ook weet ik als geen ander hoe je prei oogst.
Het vervelendste karweitje vond ik toch wel asperges steken, niet in het minst omdat de werktijden hiervoor anders waren dan voor de andere groenten: we begonnen bij zonsopgang en werkten dan het gehele veld “af”, tot een uur of twaalf, fietsten naar huis, waarna we ’s middags na een uur of 4 alle bedden controleerden en er opnieuw asperges geoogst werden.
Pubers moet je het eigenlijk gewoon niet aandoen om vóór zeven uur op te staan, daar zijn ze echt niet geschikt voor…
Asperges steken dus: zorgvuldig alle bedden inspecteren op barstjes, die wijzen op een enthousiast groeiende asperge. Deze een centimeter of 25 uitgraven, uitsteken en vervolgens het gegraven gat weer bijvullen en recht strijken met je bak met geoogste exemplaren. En dan heb je er dus één.
De bedden werden soms nagelopen door de boer en o wee als je een barstje over het hoofd had gezien..!
Voor planten werd je per tree persplantjes betaald (1 gulden per tree, als ik het goed onthouden heb) en voor het oogsten ging het in kilo. Dan controleerde de boer wel eerst je oogst en sneed hij één en ander bij, zodat je niet betaald kreeg voor iets dat hij niet kon verkopen.
Wat was het toch altijd een tegenvaller als een hoopgevend barstje in het aspergebed een sprieterig dun aspergetje opleverde…. zo werd die kilo nooit gehaald….
Maar goed, zo verdienden mijn zusjes en ik dus een zakcentje bij: na school, in het weekend en in vakantietijd. We werkten hard en deden altijd wedstrijdje wie de meeste opbrengst had. De boeren waren altijd blij met ons.
De omstandigheden waren verre van goed: de hele dag op de – afhankelijk van het weer – natte of hete velden, in de wind zon of regen. Warm water drinken dat je zelf had meegebracht. Het was ook altijd verder fietsen naar de boer dan dat je eigenlijk wilde.
Het goede nieuws was dan wel weer dat je per dag uitbetaald kreeg, waardoor je motivatie hoog bleef en je van je zuurverdiende geld aan het einde van de dag een groot ijsje kunt kopen. Die toen 1 gulden 25 kostte, ik weet het nog precies. Dat was een tree en een kwart slaplantjes. Een stuk of 120 dus….
Ik verloor ooit een contactlens tussen de aspergebedden. Dat was dus drie weken voor niets gewerkt….
Als ik nu asperges koop denk ik daar nog altijd aan terug. Al die asperges die ik ooit oogstte….
Alleen daarom al smaken ze mij extra goed!

Over mariimma

Alleenstaande moeder en ZZP-er die stukje bij beetje steeds meer financiële vrijheid ervaart.
Dit bericht werd geplaatst in dagelijksedingen, eten. Bookmark de permalink .

2 reacties op Het witte goud

  1. izerina zegt:

    Bovendien leerde je al vroeg doorzetten en werken voor je geld.Ik begon op mijn 12-de voor een kwartje per uur met druivenkrenten. Sparen voor een petticoat.

    Like

  2. Weer eens wat anders dan tulpen koppen en bollen pellen wat wij vroeger deden.

    Like

Reacties zijn gesloten.