La Palma, de reis..

Het vooruitzicht om samen met jou een vliegreis te maken vond ik toch wel erg spannend. Dat ontdekte ik pas toen ik al geboekt had, dus: niets meer aan te doen, we gaan er het beste van maken.
En dat hebben gedaan, ook al werden we flink getest…
De mevrouw van het hotel, waar we ook de terugweg na aankomst op Schiphol, een nachtje blijven slapen, is nog niet helemaal ingewerkt. Nee hoor, ik heb niet gereserveerd. Oh toch wel (nadat ik het bewijs onder haar neus duwde). Het busje dat ons naar Schiphol zal brengen, staat al klaar maar ik moet van de mevrouw nog allerlei formulieren invullen en ook het betalen duurt erg lang. Nog een keertje pasje erin, nee nog een keer. Ze moet nog even op een knopje drukken. Ik erger me niet. We hebben genoeg tijd en we gaan naar een tropisch eiland. Ik doe mijn pasje gewoon voor de derde keer in de betaalautomaat. Ondertussen laadt de chauffeur van het busje, de bagage van onze auto het busje in. En vergeet de rugdrager. En daar komen we weer iets te laat achter….
Gelukkig waren we al vroeg vertrokken, want het eerste dat we op Schiphol moeten doen is wachten op diezelfde chauffeur van het busje die alsnog de rugdrager komt brengen.
Inchecken, wachten, handbagagecheck, alles uitpakken, inpakken, wachten, lopen, jou verschonen, even snel wat eten, verder lopen naar de verste gate. Het is best ingewikkeld met jou. Ik heb de wandelwagen thuis gelaten: te groot volgens de voorschriften van de vliegmaatschappij. Dus ik draag je, mijn meisje, ik draag je. Wachten kletsen boekje lezen eten drinken en…. boarden!
We hebben een plaatsje bij het raam. Ik ben daar niet zo blij mee omdat ik niet bij onze bagage kan. Maar ach na het opstijgen vraag ik wel een ander plekje aan de stewardess…
En dan… dan vertelt de piloot dat er lampjes aan blijven die uit hadden moeten gaan… we blijven staan, de technici komen eraan. En vertrekken weer. En er komen nieuwe technici. Terug taxiën naar de gate. Wachten wachten drie en een half uur wachten op een krap plekje in een vol warm vliegtuig. En jij? Jij hebt zo veel afleiding, slapen gaat niet. Het is al 5 uur en je hebt sinds vanmorgen nog geen minuutje gedut. Om ongeveer 2 uur zouden we vertrekken en om half zes zijn we nog niet eens vertrokken. Je bent een topkind en je blijft vrolijk. Ondanks de warmte en dat je zo moe bent en dat mama niet bij de bagage kan terwijl je eigenlijk wel heel erg honger hebt. En dorst. Net zoals de andere mensen in het vliegtuig. Maar de piloot zegt dat het zo gefixt is. Dus we wachten nog maar even. Totdat het te lang duurt, ik doe je in de draagdoek en we drentelen een beetje rond. Jij eet een broodje, je drinkt je sap, nog steeds vrolijk.
Eindelijk mogen we eruit, ik heb inmiddels geregeld dat we in het nieuwe vliegtuig op een andere plek mogen: bij het gangpad. Ook hebben we al wat vrienden gemaakt, jij en ik. We hebben bekijks: jij vrolijk babbelend meisje, ik bepakt en bezakt. En geen papa erbij. Tja dat valt op….
En als we dan eindelijk eindelijk vertrekken zijn we allebei al kapot, terwijl de echte reis nog moet beginnen.
Ach meisje wat ben je warm en moe en wil je toch alles in de gaten houden en kun je je draai niet vinden… en blijf je kletsen lachen spelen boekje lezen… pas als we er bijnabijna zijn en het al een uur of half tien is val jij in slaap op mama’s schoot. En als ik je drie kwartier later wakker moet maken omdat je in de gordel moet, en we dalen, dan pas word je verdrietig en moet je even huilen… een paar minuutjes maar want als ik liedjes zingt dan gaat het wel weer… en toch weer even huilen… en toch weer even stil…
De stewardessen en alle mensen pakken voor ons de bagage bij elkaar terwijl jij in de draagdoek lekker tegen mama aan hangt. Warm en moe en ach wat wil je graag slapen maar het lukt maar niet…
Een uurtje later, als mama alle bagage bij elkaar heeft, de auto heeft geregeld en we onderweg zijn naar Todoque, val je eindelijk weer lekker in slaap in je autostoeltje.
Ondertussen rijd ik een, denk ik, schitterende bergroute. Die moeten we maar eens over doen als het licht is buiten. Ik kom erachter dat er geen handig lampje bij de binnenspiegel zit. Maar door hier en daar onder een lantaarnpaal te stoppen rijd ik, ondanks de gebrekkige bewegwijzering, in één keer naar Todoque.
Daar is het nog even spannend. De straatnaamborden zijn onleesbaar. Todoque is groot en onoverzichtelijk. Ik besef dat ik eigenlijk helemaal niet weet hoe ik op mijn vakantie-adres moet komen. Het wijst zich vanzelf, zei de man van het reisbureau. Nou daar reken ik dan maar op. Ik rijd nog een rondje en besef: Ik kan zo Casa Jaiza nooit vinden…
Ik zie een huisje dat lijkt op de foto. Er staat geen auto voor. Op goed geluk parkeer ik de auto. De sleutel zit in de voordeur… zal dit echt? Te mooi om waar te zijn toch?
Voorzichtig sluip ik naar binnen, doe het licht aan en een deur open. Opberghok. De volgende deur… oeps, hier slapen mensen!
Giechelend sluip ik weer weg, het huisje in diepe rust achter latend… Jij slaapt rustig door. De mensen gelukkig ook.
Daar hoor ik mensen praten. Ik ga hulp vragen, het is bijna middernacht en we moeten toch echt ergens slapen… ik wil het eigenlijk niet hardop denken, maar eigenlijk ben ik moe, zo moe, het is kerstavond en ik voel me net een bijbelverhaal. Met Citroën en zonder ezel, dat wel…
Een vrouw loopt op straat voor haar huis. We spreken niet dezelfde taal maar de situatie is duidelijk. Ik vertel haar de naam van de straat en de naam van het huisje. Zij roept iemand, er komt een man aan, ze pakt mijn hand en trekt me mee naar hem toe. Ik begrijp dat deze man in de straat woont die ik zoek. Met handen en voeten maken ze me duidelijk dat ik ze achterna moet rijden. Overrompeld door deze vriendelijkheid omhels ik de vrouw: dankbaar. Ze ruikt naar wijn. Ze knuffelt en kust me terug, al pratend.
Ik spring in de auto, jij slaapt nog altijd, en ik volg de aardige palmarianen. We rijden langs een rotonde en vlak daarna zie ik een verlicht pand. In de deuropening … hé  twee Nederlanders uit het vliegtuig. TURISTICO staat er boven het raam. Hier moet ik zijn!
Ik geef lichtsignalen en de auto voor mij stopt. Met handen en voeten leg ik uit: daar, daar moet ik zijn! Prima, zij wachten op me, doe rustig aan, ga maar even kijken en anders zorgen wij voor jou.
En ja. Het komt goed. Het is het bureau waar ik moet zijn.
Ik neem afscheid van mijn nieuwe vrienden. Een wijnknuffel. We ruiken allebei: zij naar wijn, ik naar de zweterige reis. Goede aardse geuren. Ze wil dat ik morgen op visite kom. Ik zeg dat ik haar opzoek, later later. Ze vindt me lief. Ik vind haar ook lief. Nog een knuffel, een kus.
Achter de man van het bureau aanrijdend besef ik dat ik Casa Jaiza nooit had kunnen vinden, een kronkelige straat, een onverwachtse inrit, een vaag paadje en….  we zijn er.  We zijn er meisje en morgen begint onze vakantie!

Over mariimma

Alleenstaande moeder en ZZP-er die stukje bij beetje steeds meer financiële vrijheid ervaart.
Dit bericht werd geplaatst in genieten, singlemum, vakantie, Zonnekind. Bookmark de permalink .

Wat vind jij daarvan?

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s